Kopen bouwt vermogen op in stenen, huren houdt je geld vrij om te beleggen. Vul de koopprijs, je eigen geld, de huur en je aannames in en zie na jouw horizon wie meer vermogen heeft, en wat wonen in beide gevallen per maand kost.
Indicatie bij gelijkblijvende aannames. Kleine verschillen in waardestijging, rendement of huurstijging maken over tien jaar een groot verschil; probeer meerdere scenario’s. Laatst bijgewerkt: september 2026.
Eerst de hypotheek en de maandlasten, dan de opbouw jaar voor jaar, en aan het einde het vermogen van koper en huurder.
| Stap | Berekening | Uitkomst |
|---|
Nee. Kopen wint meestal bij een lange horizon, een normale waardestijging en een huur die dicht bij de koopmaandlast ligt. Huren wint bij een korte horizon, hoge kosten koper, of als je het vrije geld met een hoog rendement belegt.
Aflossing en eigen geld blijven van jou: ze zitten in de woning en komen bij verkoop terug. Kosten zijn wat je kwijt bent, zoals rente, onderhoud en kosten koper.
Op lange termijn stegen woningprijzen ongeveer met de inflatie plus een paar procent, maar met grote schommelingen per periode. Reken conservatief.
Een breed indexfonds leverde historisch rond de zeven procent bruto op; na kosten en box 3 blijft daar ongeveer vier tot vijf procent van over. Wie het geld op een spaarrekening zet, moet lager rekenen.
Kosten koper en verkoopkosten wegen dan zwaar op een korte periode. Verkort de horizon in de tool om dat te zien.
Hypotheek maandlasten · Kosten koper en eigen geld · Hypotheekrenteaftrek 2026 · Sparen of beleggen
Laatst bijgewerkt: september 2026. Bronnen: Belastingdienst (eigenwoningforfait en tariefsaanpassing 2026).